Een formulier in Salesdock bouw je op uit elementen — de individuele vragen, velden en stukjes opmaak waaruit het formulier bestaat. Dit artikel laat zien welke elementtypen je tot je beschikking hebt, welke eigenschappen je per element kunt instellen en hoe je geavanceerde dingen als conditionele logica en multi-step formulieren inzet.

Heb je het formulier zelf nog niet aangemaakt? Begin dan eerst met Nieuw formulier toevoegen.

Een element toevoegen

  1. Open het formulier dat je wil bewerken via Formulieren.
  2. Ga naar het tabblad waar de formulier-opbouw staat.
  3. Klik op de knop om een nieuw element toe te voegen en kies het type uit de lijst.
  4. Vul de eigenschappen in (zie hieronder) en sla op.
  5. Sleep elementen onderling om de volgorde in het formulier te bepalen.

Eigenschappen die je per element instelt

Elk elementtype heeft een eigen aantal type-specifieke opties, maar deze algemene eigenschappen vind je terug op (bijna) elk element:

EigenschapWat het doet
NaamDe zichtbare vraag of label.
IdentifierUnieke technische sleutel — handig als je het antwoord later via een variabele in een mail of API wil uitlezen.
BeschrijvingKorte hulptekst die onder of naast de vraag verschijnt — handig om context te geven of een formaat aan te geven.
VerplichtMoet ingevuld zijn voordat het formulier kan worden afgerond.
Wie vult dit inAgent, klant, of beiden. Bepaalt of het element zichtbaar wordt in de online klant-versie van het formulier.
Zichtbaar voor klantVoor agent-velden: bepaal of de klant het antwoord op de PDF/online versie te zien krijgt.
StandaardwaardeWat alvast is ingevuld op het moment dat het formulier opent.
ValidatorAanvullende regels op het antwoord — bijvoorbeeld minimale/maximale waarde, of een specifiek formaat.
Conditionele logicaMaak het element pas zichtbaar of verplicht als een ander veld een bepaalde waarde heeft. Zie de sectie verderop.
VeldkoppelingKoppel het element aan een vast klant- of bedrijfsveld (zoals voornaam, e-mailadres, postcode), zodat dat veld bij invullen automatisch wordt overgenomen.

Beschikbare elementtypen

De elementtypen zijn opgedeeld in twee groepen: invoervelden waar de gebruiker iets invult, en opmaak-elementen die uitsluitend bedoeld zijn voor structuur en leesbaarheid.

Tekst en e-mail

TypeWanneer gebruiken
TekstregelKorte, enkele regel tekst — naam, plaats, referentie.
TekstveldLangere antwoorden over meerdere regels — toelichting, opmerkingen.
E-mailE-mailadres met automatische formaatcontrole.

Keuzes

TypeWanneer gebruiken
Meerkeuze (één keuze)Eén optie uit een lijst — typisch een radioknop-presentatie.
Meerkeuze (meerdere keuzes)Meerdere opties tegelijk mogelijk uit een lijst.
Geavanceerde meervoudige selectieVariant met zoek-/filterfunctie, geschikt voor lange lijsten.
CheckboxAan/uit-keuze — bijvoorbeeld voor akkoord-verklaringen of een enkele ja/nee-vraag.

Datum, bedrag en getallen

TypeWanneer gebruiken
DatumDatum kiezen via een datumpicker. Optioneel een minimum- of maximumdatum afdwingen.
PrijsBedrag invoeren, met automatische formattering en valutateken.

Bestanden en handtekening

TypeWanneer gebruiken
BestandBestandsupload — denk aan een ID-bewijs, foto, of een document. Standaard maximaal 10 MB per bestand; voor audio-uploads geldt een hogere limiet. Toegestane bestandstypes: PDF, afbeeldingen (JPG, PNG), CSV, Excel en audio (optioneel).
HandtekeningDigitale handtekening — werkt zowel met muis op desktop als met aanraking op tablet of telefoon.

Meer over de handtekening: zie Digitaal ondertekenen in een formulier.

Speciale elementen

TypeWanneer gebruiken
Relatie lookupZoek en koppel een bestaande relatie uit Salesdock aan het formulier. Maximaal één per formulier.
Opt-inSMS-/telefonische opt-in opvragen. Maximaal één per formulier.
Formulier afbrekenStopt de invul-flow vroegtijdig bij een bepaalde voorwaarde — handig als een antwoord betekent dat de klant niet door hoeft.

Opmaak-elementen

Opmaak-elementen vragen niets aan de gebruiker — ze zijn er om je formulier overzichtelijk en leesbaar te maken.

  • Kop 1, Kop 2, Kop 3 — koppen om secties in je formulier af te bakenen.
  • Paragraaf — een tekstblok voor introductie, uitleg of context. Handig om bij een gevoelige vraag te benoemen waarom je hem stelt.

Conditionele logica: voorwaardelijk tonen of verplichten

Niet elk veld is altijd relevant. Met conditionele logica laat je een element pas zien — of pas verplicht maken — wanneer een eerder antwoord dat triggert. Een paar voorbeelden:

  • Toon "Bedrijfsnaam" alleen als bij Type klant de waarde Zakelijk is gekozen.
  • Maak "Toelichting" verplicht als bij Tevredenheid een lage score is gegeven.
  • Breek het formulier af als bij Akkoord met voorwaarden Nee is geantwoord.

Je stelt de regels in op het element zelf, onder de sectie Voorwaarden: kies het andere element dat de trigger vormt, kies de waarde of voorwaarde, en kies de actie (zichtbaar maken of verplicht maken).

Tip: test conditionele logica altijd door het formulier zelf te doorlopen. Het kan in een complex formulier snel verwarrend worden welk element wanneer verschijnt — een test-doorloop legt onbedoelde combinaties direct bloot.

Veldkoppelingen aan klantgegevens

Vraag je in je formulier om standaard klantgegevens — naam, e-mail, telefoon, adres? Dan kun je dat element koppelen aan het corresponderende veld in Salesdock. Twee voordelen:

  • Bij het opbouwen van het formulier vanuit een bestaande sale of relatie wordt de waarde automatisch voor-ingevuld.
  • Bij het afronden van het formulier kunnen nieuwe waarden worden teruggeschreven naar de relatie of sale, in plaats van enkel los binnen het formulier blijven staan.

De koppeling stel je per element in via de eigenschap Veldkoppeling. Beschikbare koppelingen zijn onder andere voornaam, achternaam, geboortedatum, e-mail, telefoon, postcode, huisnummer, straat, plaats, en bedrijfs-velden zoals KvK en btw-nummer.

Multi-step: het formulier over meerdere pagina's verdelen

Voor langere formulieren kun je elementen verdelen over meerdere stappen, zodat de klant niet ineens een wand aan vragen ziet maar door pagina's heen klikt. Per element geef je aan op welke stap het hoort.

Een paar overwegingen:

  • Houd het aantal stappen overzichtelijk (3–5 werkt meestal goed). Te veel stappen leidt tot afhakers.
  • Plaats relevante koppen (Kop 1 / Kop 2) per stap, zodat de gebruiker weet waar in het formulier hij zit.
  • Combineer met conditionele logica: laat een hele stap overslaan als die voor deze klant niet relevant is.

Tips

  • Geef elk element een unieke, herkenbare identifier. Die maakt het later veel makkelijker om antwoorden via variabelen in mails of in een export terug te halen.
  • Gebruik koppen en paragrafen om je formulier te bouwen als een gesprek, niet als een vragenlijst. Een korte intro per blok voelt voor de klant veel rustiger dan een muur van velden.
  • Zet bij upload-vragen duidelijk in de hulptekst welk bestandstype je verwacht en hoe groot het maximaal mag zijn. Dat scheelt support-vragen en herstart-momenten.
  • Voor klant-invulflows: zie Een formulier laten invullen door een klant. Voor agent-invulling: zie Een formulier invullen en verzenden.