In een energieflow geeft een agent het aansluitingstype van de klant op (bijvoorbeeld 1x25A, 3x25A, G6 of G10). Niet iedere organisatie binnen je account hoeft per definitie alle aansluitingstypes te kunnen kiezen — voor sommige flows of teams wil je de keuze juist beperken zodat agents alleen aansluitingstypes te zien krijgen die bij hun aanbod passen. Met deze functie regel je per flow welke aansluitingstypes voor wie zichtbaar zijn.
Voorwaarde
De beperking-instelling verschijnt alleen als de optie Aansluitingstype-selector tonen in postcode-formulier aanstaat op de flow. Zonder die selector heeft het instellen van beperkingen geen effect — de agent krijgt dan immers geen keuze in beeld.
De drie opties per aansluitingstype
Voor elk aansluitingstype kies je een van drie opties:
| Optie | Wat het doet |
|---|---|
| Ingeschakeld | Het aansluitingstype is voor alle agents in alle organisaties zichtbaar binnen deze flow. |
| Uitgeschakeld | Het aansluitingstype is voor niemand zichtbaar in deze flow. |
| Beperkt | Het aansluitingstype is alleen zichtbaar voor agents binnen specifieke organisaties — die je dan zelf aanvinkt. |
Stap voor stap
- Ga naar Instellingen › Flows en open de energieflow die je wil aanpassen.
- Scrol naar het Energie-blok.
- Controleer dat Aansluitingstype-selector tonen in postcode-formulier aanstaat.
- Klik op Beperk zichtbaarheid van aansluitingstypes. Er opent een venster met alle aansluitingstypes voor stroom en gas.
- Kies per aansluitingstype een van de drie opties (Ingeschakeld, Uitgeschakeld of Beperkt).
- Heb je voor Beperkt gekozen? Vink dan de organisaties aan waarvoor dat aansluitingstype wél zichtbaar moet zijn.
- Sla op.


Tip: begin met alle aansluitingstypes op Ingeschakeld en zet alleen de uitzonderingen op Uitgeschakeld of Beperkt. Dat houdt het overzichtelijk en voorkomt dat een nieuw aansluitingstype dat we ooit toevoegen, onbedoeld direct verborgen blijft.
Per flow apart instellen
De beperking geldt per energieflow. Heb je meerdere flows (bijvoorbeeld een consumentenflow én een grootzakelijke flow) waar dezelfde restricties moeten gelden? Dan moet je per flow afzonderlijk dezelfde keuzes maken — er is geen account-brede instelling die dit voor je in één klap regelt. Zorg dat je een korte interne lijst bijhoudt van welke instellingen je per flow hebt vastgelegd, dan blijft het tussen verschillende flows consistent.
Wat ziet een agent?
Bij het maken van een nieuwe energiesale komt de agent in het postcode-formulier en kiest daar het aansluitingstype. Onze instellingen werken zo door:
- Aansluitingstypes met Ingeschakeld verschijnen voor alle agents in de keuzelijst.
- Aansluitingstypes met Uitgeschakeld verschijnen voor niemand — ze staan simpelweg niet in de lijst.
- Aansluitingstypes met Beperkt verschijnen alleen voor agents van een organisatie die je hebt aangevinkt. Voor agents van een andere organisatie staat het type niet in de lijst.
De agent merkt verder niets aan de beperking — er verschijnt geen melding of grijze optie. Een verborgen type is voor de agent simpelweg "niet beschikbaar in deze flow".
Tips
- Test met een testsale per organisatie nadat je beperkingen hebt ingesteld. Log in met een gebruiker van de betreffende organisatie en controleer of de juiste aansluitingstypes in de keuzelijst staan.
- Houd de instellingen tussen flows consistent tenzij er een hele goede reden is om af te wijken. Verschillende keuzes per flow leiden snel tot verwarring bij agents die in meerdere flows werken.
- Niet ingeschakeld is niet hetzelfde als beperkt. Uitgeschakeld sluit een aansluitingstype voor iedereen uit; Beperkt opent het juist alleen voor de aangevinkte organisaties. Verwar deze twee niet bij het inrichten.
- Voor het bredere productbeheer en flow-inrichting zie Producten.