Met de actie HTTP-verzoek stuurt een workflow gegevens naar een extern systeem — bijvoorbeeld een CRM, een boekhoudpakket of een koppeltool. Zo houd je andere systemen automatisch up-to-date zonder dubbele invoer, zodra in Salesdock een trigger afgaat.

Wat je instelt

  • Methode — GET of POST.
  • URL — het endpoint van het externe systeem waar het verzoek naartoe gaat.
  • Headers — eventuele extra headers, bijvoorbeeld voor authenticatie of het content-type.
  • Inhoud (body) — de gegevens die je meestuurt. Hierin kun je variabelen gebruiken om gegevens uit de sale, lead of het product mee te sturen (zoals klantgegevens, product en prijs).

Authenticatiesleutels: gebruik secrets

Heeft het externe systeem een API-sleutel, token of wachtwoord nodig? Sla die dan op als secret en gebruik 'm als variabele in je HTTP-verzoek (bijvoorbeeld in een header). Zo staat de sleutel niet zichtbaar in de workflow en kun je 'm op één plek aanpassen als 'ie wijzigt. Lees hier hoe dat werkt: Secrets.

Voorbeelden

Hieronder een aantal veelgebruikte scenario's. Telkens geldt: je kiest een trigger, en stuurt met een POST de relevante gegevens (via variabelen) naar het endpoint van het externe systeem, met de authenticatiesleutel als secret in de header.

  • Transactie naar een orderverwerkingssysteem. Trigger: Sale Netto of Geconverteerde sale → stuur de ordergegevens (klant, product, aantallen, adres) door zodat de order daar direct verwerkt kan worden.
  • Factuur aanmaken in een boekhoudpakket. Trigger: Geconverteerde sale → stuur de factuurgegevens (klant, bedrag, btw, regels) naar de API van je boekhoudpakket, zodat daar automatisch een factuur(concept) ontstaat.
  • Transactie- of leaddata naar een BI-/dashboardtool. Trigger: Sale Netto of Nieuwe lead aangemaakt → stuur de gegevens naar een data-endpoint van je rapportage-omgeving voor een live totaaloverzicht.
  • Lead doorzetten naar een extern CRM. Trigger: Nieuwe lead aangemaakt of Leadformulier voltooid → stuur de leadgegevens door, zodat de opvolging in het CRM verloopt.
  • Realtime salessignaal naar een chat-/notificatiekanaal. Trigger: Geconverteerde sale of Aanbieding bekeken → stuur een bericht naar de webhook van je teamkanaal, bijvoorbeeld "Nieuwe deal: [klant] – [bedrag]".
  • Annulering doorgeven. Trigger: Sale geannuleerd of Annuleringsverzoek ontvangen → geef dit door aan het externe systeem, zodat de order of factuur daar ook wordt geannuleerd of gecrediteerd.
  • Statuswijziging terugkoppelen. Trigger: Sale status gewijzigd → stuur de nieuwe status naar een partner-/leveranciersportaal of ticketsysteem, zodat beide kanten gelijk lopen.
  • Klant aanmelden bij een e-mailmarketingtool. Trigger: Geconverteerde sale, met opt-in als conditie → stuur de klant door naar je marketingtool voor de juiste mailflow.
  • Review-uitnodiging triggeren. Trigger: Sale Netto → stuur een verzoek naar een reviewplatform zodat de klant een beoordelingsuitnodiging krijgt.

Tip: heeft het externe systeem een complexere inlogmethode (bijvoorbeeld een token dat steeds vernieuwd moet worden), dan is een tussenlaag of koppeltool die dat afhandelt vaak handiger dan de gegevens rechtstreeks aanleveren.