Een foutmelding komt zelden goed uit. Of het nu is bij het opslaan van een sale, het ophalen van een rapport of het draaien van een API-call: een driecijferige code op het scherm vertelt je in elk geval iets — mits je weet wat 'ie betekent. Hieronder per code wat de oorzaak doorgaans is en wat je zelf als eerste stap kunt proberen, voordat je support belt.
De codes zijn opgedeeld in twee groepen:
- 4xx-codes — iets aan het verzoek klopt niet (toegang, formaat, hoeveelheid). Vaak op te lossen vanuit jouw kant.
- 5xx-codes — iets aan de serverkant gaat mis. Meestal tijdelijk, maar soms een melding voor support.
4xx — iets klopt niet aan het verzoek
400 — Bad Request
Wat het betekent: het verzoek dat naar Salesdock is gestuurd heeft een formaatfout. Bij API-calls is dit vrijwel altijd het gevolg van een verkeerd opgebouwde request-payload, een ontbrekend verplicht veld of een onverwacht datatype.
Wat je kunt doen: bij API-gebruik: controleer of de body voldoet aan de documentatie van het endpoint (verplichte velden, juiste types, juiste JSON-structuur). Bij gebruik via de interface: probeer het verzoek opnieuw, en als 't dan nog faalt, maak een screenshot en stuur 'm naar support.
401 — Unauthorized (niet ingelogd)
Wat het betekent: je bent niet (langer) ingelogd, of je API-token is ongeldig of verlopen. Salesdock weet niet wie je bent.
Wat je kunt doen: log opnieuw in via de gebruikelijke loginpagina. Bij API-calls: check of je API-token correct is meegestuurd in de juiste header en of 'ie niet is ingetrokken via Profiel → Beveiliging.
403 — Forbidden (geen rechten)
Wat het betekent: je bént ingelogd, maar je rol heeft niet de juiste rechten voor deze actie of pagina. Dit is een verschil met 401: bij 401 weet Salesdock niet wie je bent, bij 403 weet 'ie 't wel maar mag je het simpelweg niet.
Wat je kunt doen: vraag een beheerder van jouw omgeving om de ACL-instelling van je rol te controleren. Soms is een functionaliteit alleen beschikbaar als het toegangsniveau van je rol op Alle staat in plaats van Standaard.
404 — Not Found (niet gevonden)
Wat het betekent: de pagina, het item of de URL die je opvraagt bestaat niet (meer). De adresregel klopt niet, het record is in de tussentijd verwijderd, of je volgt een verouderde link.
Wat je kunt doen: controleer of de URL klopt (typfouten in het adres of het ID). Klikte je via een bladwijzer of een eerder verzonden link? Open dan de oorspronkelijke pagina opnieuw — mogelijk is het onderliggende record verplaatst of verwijderd.
419 — Page Expired / Session Timed Out
Wat het betekent: je sessie is verlopen door inactiviteit, of het beveiligingstoken in je browser is uit sync met de server. Salesdock weigert dan om veiligheidsredenen het verzoek.
Veelvoorkomende oorzaken:
- Lange tijd geen activiteit gehad (langer dan de sessietijd van je omgeving).
- Salesdock in meerdere tabbladen tegelijk open, waarbij je in één tabblad bent uitgelogd.
- Inkognito-modus of strikte cookie-instellingen die het sessietoken niet bewaren.
Wat je kunt doen: ververs de pagina en log opnieuw in. Werk je in meerdere tabbladen? Sluit overige tabbladen en gebruik één actieve sessie tegelijk.
Goed om te weten: als je een formulier of sale invult dat je nog niet kon opslaan op het moment dat 419 verschijnt, gaan je ingevulde gegevens helaas verloren. Maak het bij langere acties (zoals het bouwen van een uitgebreide flow of het invullen van een lange sale) een gewoonte om tussentijds op te slaan.
422 — Unprocessable Entity (validatie mislukt)
Wat het betekent: de structuur van je verzoek is correct, maar de inhoud voldoet niet aan de regels. Bijvoorbeeld: een verplicht veld leeg, een ongeldig IBAN, een datum die te ver in de toekomst ligt, of een veld dat een specifieke waarde verwacht (e-mailformaat, numeriek, et cetera).
Wat je kunt doen: de foutmelding bevat doorgaans een verklaring per veld dat is afgekeurd — lees die zorgvuldig en pas het betreffende veld aan. Bij API-calls geeft de response-body in JSON-vorm aan welk veld is afgekeurd.
429 — Too Many Requests (te veel verzoeken)
Wat het betekent: je hebt in korte tijd te veel verzoeken naar Salesdock gestuurd en bent tijdelijk afgeremd. Dit is een beschermingsmechanisme tegen overbelasting en onbedoelde misbruikscenario's. De huidige API-limiet is 60 verzoeken per minuut per token.
Wat je kunt doen: bouw in je integratie een korte pauze in tussen verzoeken (bijvoorbeeld 1–2 seconden) of werk met batched calls in plaats van honderden losse calls. Bij een ad-hoc piek: wacht een minuut en probeer opnieuw.
Goed om te weten: als je een nachtelijke batch-job hebt die in één klap honderden of duizenden records ophaalt, loop je vrijwel zeker tegen 429 aan. Spreid de verzoeken uit met een wachttijd of haal de data op in chunks met cursor-pagination — dan blijf je ruim binnen de limiet.
5xx — serverkant gaat (tijdelijk) niet goed
500 — Internal Server Error
Wat het betekent: er ging iets onverwacht mis aan de Salesdock-kant tijdens het verwerken van je verzoek. De fout is niet bewust afgekeurd zoals bij 4xx-codes; het is een onverhoopte uitzondering.
Wat je kunt doen: check eerst onze statuspagina — staat er een storing? Dan zit je daar al goed. Geen storing? Wacht een paar minuten en probeer opnieuw. Blijft de fout? Stuur dan een ticket naar support met de exacte tijdstempel en URL, zodat we de fout in onze logging kunnen terugzoeken.
502 / 503 — Bad Gateway / Service Unavailable
Wat het betekent: Salesdock zelf draait wel, maar één van de tussenliggende lagen is tijdelijk niet bereikbaar. Komt soms voor tijdens deploys, onderhoud of bij hoge load.
Wat je kunt doen: wacht een halve tot enkele minuten en probeer opnieuw. Komt 'ie steeds terug, check dan de statuspagina of stuur ons een melding.
504 / 524 — Gateway Timeout (vooral bij API-calls)
Wat het betekent: jouw verzoek kostte langer dan de maximaal toegestane tijd. Onze proxy hangt de verbinding op nadat een drempel is overschreden (rond de 100 seconden bij externe API-calls). De gangbare oorzaak: een verzoek dat te veel data tegelijk probeert op te halen.
Wat je kunt doen: verklein de scope van je verzoek. Concreet voor API-calls:
- Gebruik cursor-pagination in plaats van een grote single-page-request.
- Houd de pagina-grootte redelijk — 50–100 records per call werkt vrijwel altijd. Grotere paginagroottes maken de query zwaarder en verhogen juist de kans op een timeout.
- Werk met kleinere tijdvensters in je periode-filter: vraag liever 24 vensters van 1 uur op dan één venster van een dag.
- Bouw een retry-met-halvering in: krijg je een 524, halveer dan het tijdvenster of de paginagrootte en probeer opnieuw.
Let op — data-integriteit: bij een 504 of 524 weet je niet altijd zeker of je verzoek aan de Salesdock-kant volledig is verwerkt of niet. Vooral bij schrijvende calls (POST, PUT, DELETE) is dat een risico. Bouw je integratie zo dat 'ie bij een timeout de status van het record opnieuw ophaalt voordat je 'm opnieuw probeert te schrijven — anders riskeer je dubbele records of inconsistente data.
Andere foutmelding?
Loop je tegen een foutcode aan die hier niet staat, of komt dezelfde fout steeds terug ook na een nieuwe poging? Stuur dan een mail naar support@salesdock.nl met:
- Een korte beschrijving van wat je probeerde te doen.
- De volledige URL waarop de fout verscheen.
- Een screenshot van de foutmelding.
- Het tijdstip (datum en tijd) waarop de fout optrad — dat helpt ons om in onze logging snel terug te zoeken.
Met die informatie kunnen we vrijwel altijd binnen een werkdag de oorzaak achterhalen en je verder helpen.
Begrippenlijst
HTTP-statuscode — driecijferig getal dat een webserver terugstuurt om aan te geven of een verzoek geslaagd is (2xx), is omgeleid (3xx), is afgekeurd (4xx) of mislukt door een serverfout (5xx).
4xx-klasse (client-fout) — verzamelnaam voor codes die aangeven dat er iets aan jouw verzoek niet klopt. Vaak op te lossen door je input of toegang aan te passen.
5xx-klasse (server-fout) — verzamelnaam voor codes waarbij iets aan de Salesdock-kant fout gaat. Meestal tijdelijk of via support op te lossen.
API-token — sleutel waarmee een integratie of script zich identificeert bij Salesdock, in plaats van een gebruikersnaam en wachtwoord. Te beheren via Profiel → Beveiliging.
Cursor-pagination — manier om grote hoeveelheden data in delen op te halen, waarbij elke vervolg-call een verwijzing (cursor) meekrijgt naar het volgende stuk. Sneller en stabieler dan klassieke pagina-pagination bij grote datasets.
Rate limit — maximum aantal verzoeken dat per tijdseenheid mag worden verstuurd. Bij overschrijding krijg je een 429-foutmelding.