Inleiding

Met een Salesdock-integratie verbind je twee Salesdock-omgevingen, zodat verkopen die bij de ene partij worden ingelegd direct doorrollen naar de andere. Dit gebruik je als:

  • Partij A (de wederverkoper) orders wil registreren in zijn eigen Salesdock-omgeving, en
  • Partij B (de leverancier of hoofdaccount) die orders wil ontvangen in zijn eigen Salesdock-omgeving omdat hij het contract met de uiteindelijke leverancier (bijvoorbeeld een energiemaatschappij) heeft.

Partij B bepaalt welke flows en producten Partij A mag verkopen. Partij A bouwt de integratie aan zijn kant zodat zijn verkopers met de juiste proposities kunnen werken en orders automatisch doorgezet worden.

Dit artikel beschrijft de setup in vier delen:

  1. Acties voor de leverancier (Partij B)
  2. Acties voor de wederverkoper (Partij A)
  3. Aanvullende synchronisatie-opties
  4. Beheer en probleemoplossing

Deel 1 — Acties voor de leverancier (Partij B)

Als leverancier bereid je je omgeving voor om de inkomende koppeling te accepteren. Je richt vier dingen in: een organisatie voor de wederverkoper, de flows en producten die je deelt, een technische gebruiker, en een API-token.

1.1 Organisatie en rechten instellen

  1. Ga naar Account → Organisaties en klik op Toevoegen.
  2. Maak een nieuwe organisatie aan voor Partij A. Geef hem een herkenbare naam (bijvoorbeeld de bedrijfsnaam van de wederverkoper).
  3. Open de organisatie en ga naar het tabblad Flows. Vink hier de flows aan die Partij A mag gebruiken en klik op Opslaan.
  4. Doe vervolgens hetzelfde voor het blok Producten: vink alleen de proposities aan die Partij A mag verkopen.

Belangrijk: alleen flows en producten die je hier expliciet aanvinkt, kan Partij A in zijn omgeving zien en gebruiken. Producten die niet zijn aangevinkt, blijven volledig afgeschermd.

Organisatie + flows/producten aanvinken

1.2 De koppelings-gebruiker aanmaken

Voor de API-verbinding maak je een aparte technische gebruiker aan. Deze gebruiker is puur voor de koppeling en wordt niet door een echt persoon gebruikt.

  1. Ga naar Account → Gebruikers en klik op Toevoegen.
  2. Vul een herkenbare gebruikersnaam in, bijvoorbeeld Koppeling_PartijA.
  3. Kies als rol Agent en koppel deze aan de zojuist aangemaakte organisatie.
  4. Sla de gebruiker op.

Tip: deze gebruiker is puur voor de techniek en wordt niet door een echt persoon gebruikt. Door hem aan een eigen organisatie te koppelen, beperk je het bereik automatisch tot precies wat Partij A mag zien.

Koppelings-gebruiker aanmaken

1.3 API-token genereren

  1. Open de zojuist aangemaakte gebruiker.
  2. Zoek aan de rechterkant naar het kopje API token en klik op Genereer.
  3. Er verschijnt een pop-up met het token. Kopieer het meteen, want het wordt na sluiten van de pop-up niet meer getoond.
  4. Zet de schakelaar Gebruik voor integratie aan. Hiermee wordt het token alleen geaccepteerd vanaf het Salesdock-netwerk en niet vanaf externe servers.
  5. Klik op Sla token op om het token daadwerkelijk te activeren.

Tip: deel het token met Partij A via een veilig kanaal — bijvoorbeeld een password manager met share-functie (Bitwarden, 1Password). Stuur het nooit per onbeveiligde mail of chat.

API-token pop-up

Token-instellingen

Deel 2 — Acties voor de wederverkoper (Partij A)

Aan jouw kant maak je de verbinding met Partij B en stel je in hoe orders en statussen tussen de twee omgevingen worden gesynchroniseerd.

2.1 De verbinding maken

  1. Ga in het menu naar Integraties en klik op Toevoegen.
  2. Vul de Accountnaam van Partij B in (de domein-naam van zijn Salesdock-omgeving).
  3. Plak het ontvangen API-token.
  4. Klik op Test API-verbinding. Slaagt de test, dan staan beide omgevingen in contact en kun je verder met de configuratie. Faalt het, controleer dan of het token correct is gekopieerd en of de toggle "Gebruik voor integratie" aan stond bij het genereren.

Integratie toevoegen

2.2 Sale-verwerking instellen (orders doorzetten)

Met de instellingen onder Sale-verwerking bepaal je wanneer en hoe orders van jouw omgeving worden doorgezet naar Partij B.

InstellingWat doet het?
Zet sale-verwerking aanHoofdschakelaar. Staat hij uit, dan gaan er geen orders door naar Partij B, ook niet handmatig.
Automatische verwerkingBij aan: orders worden automatisch doorgezet zodra ze één van de geselecteerde statussen bereiken. Bij uit: in elke transactie verschijnt een Verzend-knop om de order handmatig naar Partij B te pushen.
Verwerk-statussenDe lijst statussen waarbij een order automatisch wordt doorgezet (bijvoorbeeld CompleetGeverifieerd). Alleen actief in combinatie met automatische verwerking.
Controleer updates van een saleSchakel dit aan om statuswijzigingen aan de kant van Partij B (zoals Verwerkt of Afgewezen) automatisch terug te koppelen naar jouw eigen dashboard.

2.3 Flow-mapping

Voor een foutloze verwerking moeten jouw lokale flow en de flow van Partij B aan elkaar gekoppeld worden:

  1. Open het tabblad Flows binnen de integratie.
  2. Per lokale flow van jouw kant kies je de bijbehorende flow van Partij B.
  3. Klik op Save mapping om de koppeling vast te leggen.

Tip: alleen flows die Partij B in zijn organisatie-instellingen aan jou heeft toegewezen (zie 1.1) verschijnen in de keuzelijst. Mis je een flow? Vraag Partij B om die in zijn organisatie-flows aan te vinken.

2.4 Status-mapping

Onder het tabblad Statussen koppel je jouw eigen statusnamen aan die van Partij B. Salesdock onderscheidt twee soorten statussen:

  • Systeemstatussen (zoals ConceptCompleetGeannuleerd) zijn vaak al automatisch gekoppeld omdat ze in beide omgevingen identiek bestaan.
  • Maatwerkstatussen (door jou of Partij B zelf aangemaakt) moet je handmatig mappen.

Wat gebeurt er met een niet-gekoppelde maatwerkstatus? De synchronisatie wordt voor díe specifieke status overgeslagen — jouw transactie behoudt zijn bestaande status zonder fout. De rest van de sync blijft gewoon werken. Wil je een statusverandering wél meekrijgen, dan moet je hem expliciet mappen.

Deel 3 — Aanvullende synchronisatie-opties

Naast verkopen kun je optioneel ook andere data tussen de twee omgevingen synchroniseren. Deze toggles vind je terug in de instellingen van de integratie:

OptieWat doet het?
Auto-import productvragenProductvragen die Partij B definieert worden automatisch in jouw omgeving overgenomen, zodat je verkopers met dezelfde vragenset werken.
Synchroniseer agreements (akkoorden)Akkoord-velden van Partij B (bijvoorbeeld algemene voorwaarden, machtigingen) worden meegenomen naar jouw flows.

Deze sync-opties zorgen ervoor dat de inrichting bij Partij B en bij jou consistent blijft, zonder dat je elke wijziging handmatig hoeft over te nemen. Aanbevolen om aan te zetten zodra de basisverbinding werkt.

Automatische sync van IBAN-instellingen

Naast de hierboven instelbare opties is er nog één synchronisatie die automatisch verloopt zodra een flow is gemapt: de IBAN-zichtbaarheid en -regels van de provider-flow worden overgenomen op jouw gekoppelde flow. Wijzigt Partij B een IBAN-instelling op zijn flow (bijvoorbeeld zichtbaarheid op «Onder de volgende condities» of een aangepaste regel), dan wordt jouw flow daarop afgestemd zonder dat je daar zelf iets voor hoeft te doen.

Goed om te weten: deze sync is niet via een toggle in te stellen of uit te zetten. Pas je aan jouw kant handmatig de IBAN-instellingen aan op een gemapte flow, dan worden die bij de eerstvolgende provider-wijziging weer overschreven. Voor structurele afwijkingen tussen jouw en de provider-IBAN-instellingen overleg je met Partij B.

Deel 4 — Beheer en probleemoplossing

4.1 Token-onderhoud

API-tokens vervallen niet automatisch. Twee scenario's om te beheren:

  • Periodieke rotatie: roteer het token om de 6–12 maanden. Partij B genereert dan een nieuw token, en Partij A vervangt het oude in de integratie-instellingen.
  • Bij vermoedelijk lekken: verwijder het token onmiddellijk via Account → Gebruikers → [koppelings-gebruiker] → Acties → API Token → Verwijder. Genereer daarna een nieuw token en deel dat opnieuw met Partij A.

Let op: als de koppelings-gebruiker bij Partij B wordt gedeactiveerd of verwijderd, vervalt het token automatisch en valt de integratie stil. Deactiveer een koppelings-gebruiker dus nooit "voor de zekerheid".

4.2 Veelgestelde vragen

De testverbinding faalt — wat nu?
Loop deze checklist af: (1) klopt de account-naam van Partij B exact (de domein-naam, niet de bedrijfsnaam)? (2) is het token volledig gekopieerd, zonder spaties of regelterugloop? (3) heeft Partij B de toggle Gebruik voor integratie aangezet bij het genereren? (4) is de koppelings-gebruiker bij Partij B aan de juiste organisatie gekoppeld (de organisatie waar de flows en producten voor jou aan zijn toegewezen)?

Ik (Partij A) zie geen flows in de mapping — wat nu?
Vraag Partij B om in zijn organisatie-instellingen voor jou de juiste flows en producten aan te vinken (zie stap 1.1). Pas daarna verschijnen ze aan jouw kant.

Een order blijft op "Te verzenden" staan en gaat niet door naar Partij B
Controleer of (1) sale-verwerking aan staat, (2) de transactie in een status valt die als verwerk-status is geselecteerd, en (3) de flow van die transactie correct gemapt is aan een flow bij Partij B. Eén van deze drie ontbreekt meestal.

Statuswijzigingen van Partij B komen niet terug in mijn omgeving
Controleer dat Controleer updates van een sale aan staat. Voor maatwerkstatussen geldt bovendien dat ze expliciet gemapt moeten zijn — ongemapte statussen worden in de sync overgeslagen.

Kan ik meerdere wederverkopers koppelen aan één leverancier?
Ja. Maak per wederverkoper een eigen organisatie aan bij Partij B, met een eigen koppelings-gebruiker en eigen API-token. Zo houdt elke koppeling zijn eigen rechten en kun je per partij de toegang beheren.

Wat gebeurt er als Partij B het token roteert?
De integratie valt stil zodra het oude token is verwijderd of vervangen. Partij A moet het nieuwe token meteen plakken in de integratie-instellingen om de verbinding te herstellen. Stem rotatie daarom altijd af tussen beide partijen.